• Diamanten takbroche en tremblant

  • Engel van het Paradijs met zwaard in Spieghel Historiael, ca. 1475. The J. Paul Getty Museum, Ms. Ludwig XIII 5, vol. 1, fol. 54v. Rechsonder fragment van edelstenen in de Paradijsrivier.

  • 3 zilveren leeuwen (1665-1670) beschermen de koningstroon in Slot Rosenborg in Kopenhagen

Eden en andere juwelentuinen

Volgens de oude traditie bevat het Paradijs bomen, rivieren, bloemen edelstenen en aangename geuren. Dat staat voor de perfecte staat van de wereld voor de eerste zonde door Adam en Eva die van de verboden boom aten. Lang werd gedacht dat edelstenen uit de 4 Paradijsrivieren kwamen.

Er is niks vreemds aan die gedachte. Voordat edelstenen op grotere schaal gemijnd werden waren rivieren de belangrijkste vindplaatsen: alluviale afzettingen in edelstenentaal. Nog steeds noemen we een collier van losse, aan elkaar geschakelde edelstenen een rivière en de zuiverste diamanten zijn ‘als het helderste water’.  

Koningschap

Maar hoe zijn edelstenen in het Paradijs verbonden met bomen van goud in paleizen? Dat heeft alles te maken met het idee over koningschap. Natuurlijk komt koninklijke macht direct van God (‘bij de gratie Gods’ is nog steeds een bekende tekst in moderne monarchieën). Net als Jezus, werd de koning gezien als de plaatsvervanger van God op aarde. Het was zijn taak om vrede en gerechtigheid voor zijn onderdanen te garanderen, om te streven naar de situatie van het aardse Paradijs. Middeleeuwse kronen bevatten edelstenen precies om deze reden: niet alleen waren ze symbool van deze goddelijke macht, ze werden gezien als het middel om contact te leggen met hierboven. Het hemelse Jeruzalem is immers ook gebouwd op 12 edelstenen fundamenten.  

Constantinopel
Tuinen die het Paradijs nabootsen zijn onderdeel van alle Oriëntaalse en Hellenistische tradities, vaak werden de bladeren en vruchten gemaakt van edelstenen zoals smaragden en parels. Op de grond lag ambergris en musk: de aangename geuren van het Paradijs. In het Byzantijnse paleis was het Chrysotriclinium, een achthoekige zaal met een koepel. Het was het centrum van de keizerlijke cultus waar het hele hof zich verzamelde tijdens ontvangsten. De gouden tronen van de keizerlijke familie omringden die van de keizer en op de trap ervoor lagen twee leeuwen van goud. In die zaal waren gouden bomen met mechanische gouden vogels die zongen, alsof ze levend waren. 

Pape Jan
Velen dachten dat de Tuin van Eden, het aardse Paradijs, in India lag. Toen in de 12e eeuw kopieën van de Brief van Pape Jan – een fictieve christelijke koning in het Verre Oosten – in Europa een ware hype werden, werd gezegd dat Eden zich in Pape Jans koninkrijk bevond. De brief bevat verschillende beschrijvingen van paradijselijke landschappen waarin rivieren gevuld met edelstenen en natuurlijk van de met juwelen bezette paleizen van Pape Jan. Bomen van zilver, goud en edelstenen speelden daarin een centrale rol.

De Mongoolse Khan
De traditie van edelmetalen bomen in paleizen reikt geografisch ook verder. In 1253 arriveerden Willem van Rubroeck en Bartholomeus van Cremona als ambassadeurs van koning Louis IX van Frankrijk in de Mongoolse hoofdstad Karakorum. Daar ontmoetten ze Guillaume Boucher, een goudsmid uit Parijs die in dienst van de Khan was. Boucher had voor het paleis van de Khan een zilveren boom gemaakt, met vier leeuwen aan de basis die was omcirkeld door een vergulde slang. In de stam van de boom zat een man die zijn trompet blies, waardoor het leek alsof de engel bovenop het geluid maakte. Het was het startsein voor alcohol die uit de monden van de leeuwen begon te stromen, waarna iedereen ervan mocht drinken. Wat ook een opvatting over paradijs is, natuurlijk.

Onderzoek door Erik Schoonhoven

Takbroche en tremblant

Lees hier onze aangepast Privacy Policy Sluiten